The Internet Frontier Foundation

Suriname... Een gemiste kans?

Door Peter Troon


Dit artikel is bedoeld om de algemene opinie over Suriname ter discussie te stellen. Ikzelf ben in Suriname geboren en heb daardoor een band met dat land, die nooit verbroken zal kunnen worden. Ik voel mij daarom zeker aangesproken als er weer eens slechte dingen over mijn geboorteland worden gezegd, zeker als ik merk, dat die opmerkingen gebaseerd zijn op onwetendheid. Ja ik noem het onwetendheid, want er zijn veel mensen, die uitlatingen over Suriname doen, omdat ze dingen hebben gehoord, terwijl ze niet weten hoe het echt zit. Ik claim hier ook niet, dat alwetend ben, maar ik denk wel, dat ik meer weet over Suriname dan de gemiddelde persoon in Nederland.

Het onderwerp Suriname wordt nogal eens aangesneden op feestjes. Er komen dan opmerkingen als "Ja zonde hè?? Zo'n mooi land, dat naar de knoppen gaat…. En al die Surinamers, die hier in Nederland zitten" of "Surinamers zijn een volk met een grote bek, maar ze kunnen hun eigen land niet eens besturen" voorbij. Een andere veel gehoorde cynische opmerking is er één in de trant van: "Laat de laatste, die er vertrekt, niet vergeten om het licht uit te doen....". Als je dan aan degene, die een dergelijke opmerking heeft geplaatst, vraagt waarop die dat baseert, dan beland je in negen van de tien gevallen in een discussie. Nou sta ik bekend als iemand, die houdt van discussiëren, dus ik deins daar niet voor terug. In dergelijke discussies komen dingen naar voren, waaruit de onwetendheid blijkt en ik zal proberen een aantal zaken hier uiteen te zetten.

Suriname is zoals bekend op dinsdag 25 november 1975 onafhankelijk geworden van het Koninkrijk der Nederlanden en mag zich sinds die dag een republiek noemen. Veel mensen twijfelden toen al aan de onafhankelijkheid en die zijn naar Nederland gevlucht. Er is in de jaren voor 1975 uitvoerig over de toen geplande onafhankelijkheid gesproken en er is zelfs een referendum over gehouden. Het resultaat daarvan moge duidelijk zijn, daar de onafhankelijkheid een feit is.

De onafhankelijkheid kwam op dat moment iedereen, die macht had, heel goed uit. Wat ik hiermee bedoel te zeggen is het volgende: Suriname had sinds 1954 zelfbestuur en dus een eigen regering. De Surinaamse regering, die in het begin van de jaren zeventig aan de macht was, wilde Suriname heel graag onafhankelijk maken. Wat zeker niet vergeten moet worden is, dat de toenmalige Nederlandse regering in Den Haag ook van Suriname af wilde, al zal dat nooit toegegeven worden.

Er zijn toen afspraken tussen Nederland en Suriname gemaakt. Zo kreeg een bepaalde groep Surinamers de keuze of zij de Surinaamse nationaliteit wilden verkrijgen danwel de Nederlandse wilden behouden. Het voert te ver door om al die afspraken hier te bespreken, maar één van de belangrijkste afspraken, die is gemaakt is, dat het moederland in Europa, Nederland dus, aan Suriname een startkapitaal zou geven van 3 miljard Nederlandse guldens. Een oprotpremie misschien? Maar goed….. dit geld zou nog heel vaak, zoals geld eigenlijk altijd doet, discussiepunten leveren, want het geld werd niet ineens verstrekt en tot op de dag van vandaag is niet alle geld aan de Republiek Suriname gegeven, omdat men in Nederland niet vindt, dat Suriname het heeft verdiend.

In de eerste tijd na de onafhankelijkheid leek alles koek en ei... Er werden allerlei projecten gestart en iedereen dacht, dat Suriname een veelbelovende toekomst tegemoet zou gaan. Nederland stuurde allerlei afgevaardigden naar Suriname toe om te controleren of het geld goed werd besteed. Op zich is dit wel te begrijpen, maar als je nagaat, dat het geld Suriname gewoon is toegezegd, kun je hier wel vraagtekens bij zetten. Het is misschien hard om het zo te zeggen, maar als Suriname het geld wil nemen om het te verbranden is dat uiteraard niet verstandig, maar dan moet Suriname het wel zelf weten. Van vallen en opstaan word je immers groot.

Al heel gauw bleek echter, dat het toch niet zo gesmeerd liep als men in eerste instantie dacht. De eerste regering van het zelfstandige Suriname bleek corrupt te zijn. Heel veel politici vulden hun eigen zakken met staatsgelden en de staatskas van het jonge Suriname begon al snel leeg te raken. De droom van het mooie veelbelovende Suriname leek in duigen te vallen…. Een groep Surinamers zag deze ontwikkeling en die beviel dat niet.

Op 25 februari 1980 pleegde een groep soldaten onder leiding van Desi Bouterse een staatsgreep, die later bekend stond als de revolutie. Deze staatsgreep is voornamelijk gepleegd om de toenmalige corrupte regering naar huis te sturen en er werd beloofd, dat er verkiezingen uitgeschreven zouden worden. Helaas werd die belofte niet nagekomen... Die verkiezingen kwamen namelijk pas in 1987. In 1996 heb ik een artikel geschreven, dat iets meer vertelt over de staatsgreep van 1980 en de instabiele periode, die daarna volgde.

Het is hier niet aan mij om te oordelen of de revolutie goed is geweest voor Suriname. Het maakt wel deel uit van de Surinaamse geschiedenis en dient daarom ook genoemd te worden. Toen bleek, dat Desi Bouterse en de zijnen niet van plan waren om terug te keren naar de legerkazerne, werden er plannen gesmeed tegen hen. De tijd, dat er vele mini-coupes werden gepleegd brak aan. De situatie in Suriname werd onrustiger. Op 8 december 1982 werden de zogeheten decembermoorden gepleegd. Ik zal de laatste zijn, die dit incident goed zal proberen te praten, maar ik wil wel aangeven, dat deze moorden volgens mij niet zonder reden zijn gepleegd. De slachtoffers waren vooraanstaande Surinamers. Ik denk, dat de gehele situatie toen ervoor heeft gezorgd, dat mensen met invloed allerlei overhaaste beslissingen hebben genomen. Degenen, die deze executie hebben uitgevoerd vreesden volgens mij voor hun eigen leven, omdat de geruchten de ronden deden, dat er een coup tegen hen gepleegd zou worden.

Nederland zag in deze moorden meteen een reden om de ontwikkelingshulprelatie met Suriname stop te zetten. Bovendien kon Suriname voorlopig naar het resterende bedrag van de overeengekomen 3 miljard Nederlandse guldens fluiten. Suriname was vanaf dat moment op zichzelf aangewezen. Ik denk, dat dit achteraf goed is geweest voor Suriname, hoe hard dit misschien ook klinkt. Suriname is een soevereine staat en moet leren om zijn eigen boontjes te doppen.

Niemand doet iets zonder reden voor een ander, dus ook Suriname moest leren, dat het op niemand kan rekenen. Ik denk, dat Suriname zich aardig heeft gered, want Suriname is zich sindsdien ook op andere landen gaan oriënteren. Suriname heeft onder andere banden met de Verenigde Staten - Welk land eigenlijk niet?- , België, China, Indonesië, Brazilië en niet te vergeten met de buurlanden in het Caraïbisch gebied. Dit laatste is voornamelijk een gevolg van het feit, dat de Republiek Suriname zich heeft aangesloten bij de Caricom, the Caribbean Community, de club van landen in het Caraïbisch gebied.

Ik denk, dat de ontwikkeling van Suriname vergeleken kan worden met de ontwikkeling van een kind. Een kind heeft minstens 18 jaar nodig om te groeien en volwassen te worden. Suriname mag zich sinds eind 1975 onafhankelijk noemen; dit is eigenlijk nog niet zo lang. Een hele staat heeft uiteraard meer tijd nodig, dan een individu om zich te ontplooien. Het belangrijkste is, dat het wel van zijn fouten leert.

Suriname is een land, dat ongeveer vijf keer de oppervlakte van Nederland heeft. Suriname heeft de potentie om uit te groeien tot een welvarende staat. Suriname heeft een geweldig goede ligging, de grond is vruchtbaar en er zijn vele ertsen en mineralen uit te halen. In bepaalde delen van het land is zelfs goud te vinden. Er zit dus letterlijk en figuurlijk heel wat in de grond en Suriname heeft helaas (nog) niet de juiste middelen om het eruit te halen. Het Amerikaanse bedrijf Alcoa heeft een dochteronderneming, Suralco, The Suriname Aluminium Company, die bauxiet uit de grond haalt. Bauxiet is de grondstof waaruit aluminium vervaardigd wordt. Er zijn ook Nederlandse bedrijven zoals Biliton, die activiteiten in Suriname verrichten.

De vraag is natuurlijk hoe het mogelijk is, dat het niet goed gaat met Suriname, als er zoveel in het land gebeurt. Als ik daar in één keer een antwoord op kon geven, dan was het vraagstuk Suriname opgelost en dan had ik morgen het eerste vliegtuig naar Suriname gepakt om het land helpen op te bouwen. Dat vliegtuig had dan waarschijnlijk ook vol gezeten met enthousiaste medepassagiers, die bereid waren om te participeren in dat opbouwingsproject. Er is dus geen simpel antwoord hierop mogelijk, maar er kunnen wel een aantal zaken aangekaart worden.

Sowieso is het goed om eens een keer de hand in eigen boezem te steken. Er zijn namelijk mensen in Suriname, die de huidige situatie eigenlijk wel goed vinden. Ze hebben er zelfs belang bij, dat het zo blijft. Er is nauwelijks een middenklasse in Suriname: òf je hebt het heel goed (en hebt het vaak nog beter, dan de gemiddelde West-Europese burger) òf je hebt het niet goed en je moet iedere dag de touwtjes aaneenknopen. Het verbaast me iedere keer weer om te zien, dat de meeste mensen hier iedere dag weer opnieuw in slagen. Dit doet me goed en toont, dat men creatief is en dat men toch de wil heeft om te overleven….. Er is dus zeker hoop voor Suriname.

De mensen, die het goed hebben, zijn vaak mensen, die hebben geprofiteerd van de Surinaamse economische situatie, toen deze begon te ontstaan. Op gegeven moment werd er namelijk nieuw geld in Suriname geïntroduceerd. Achteraf had dit beter nooit kunnen gebeuren, want hier begon een bron van ellende. In 1984 was één Surinaamse gulden namelijk twee Nederlandse guldens waard en anno 2000 is één Nederlandse gulden wel meer dan duizend Surinaamse guldens waard. Toen het nieuwe geld kwam en het zo slecht ging met de Surinaamse economie begon men zwart geld te wisselen. Op de zwarte markt was één Nederlandse gulden ongeveer tien Surinaamse gulden waard. De officiële koers was hierop nog niet aangepast. Daar was één Nederlandse gulden gelijk aan één Surinaamse gulden.

Een heleboel mensen zijn dan ook op de volgende manier rijk geworden: deze mensen wisselden op de legale manier Surinaams geld om voor Nederlands geld en wisselden dat geld vervolgens op de zwarte markt om voor Surinaams geld. Je hoeft geen rekenwonder zijn om te begrijpen, dat je op die manier eenvoudig je geld kon vertienvoudigen. Maar net zoals energie en massa niet kunnen groeien kan geld dat ook niet. Het verschil in dat geld moet ergens vandaan komen. Een logische redenering levert de conclusie, dat de Surinaamse staat hiervoor heeft moeten opdraaien. Uiteindelijk is de gewone burger hier de dupe van geworden. Deze mensen zijn dus ten koste van anderen rijk geworden en ik vraag me dan ook af of en hoe deze mensen van hun geld kunnen genieten.

Bovendien is er een groep mensen, die hun eigen zakken vulde en waarschijnlijk nog steeds vult ten koste van gelden, die aan goede projecten besteed hadden kunnen worden. Zolang de corruptie blijft voortbestaan zal het moeilijk blijven voor Suriname om uit de crisissituatie te komen.

Maar er zijn meer zaken, die een positieve ontwikkeling van Suriname belemmeren. De Republiek Suriname is voor zijn ontwikkeling deels ook afhankelijk van andere landen en bedrijven, die met die landen verbonden zijn. Een voorbeeld hiervan uit zich in het Surinaamse luchthaven vraagstuk. Zoals bekend heeft de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij, ook wel bekend als de SLM, geen vliegtuig meer, dat in staat is om trans Atlantische vluchten uit te voeren. Om de veel bevlogen verbinding Paramaribo – Amsterdam in stand te kunnen houden is de SLM aangewezen op een samenwerking met de KLM, de Nederlandse Koninklijke Luchtvaart Maatschappij.

Ik ken ook niet alle details van deze kwestie, maar the bottom line ervan is, dat de KLM het voor elkaar heeft gekregen om als enige landingsrechten te hebben op de luchthaven Zanderij, tegenwoordig bekend als Pengel. Daar de KLM een monopolie heeft op de vlucht Paramaribo – Amsterdam, wordt deze vlucht al jaren gebruikt om verliesgevende vluchten te compenseren. De KLM, die dus niet bang hoeft te zijn voor concurrentie op deze vlucht, hanteert veel te hoge prijzen.

Suriname ligt op 9 uur vliegen van Nederland. Hemelsbreed is het net iets verder dan Miami. Het is dus helemaal niet zo ver. Toch is een ticket naar Suriname nog duurder dan een naar Indonesië, dat letterlijk aan de andere kant van de wereld ligt. Een ticket naar Suriname is zo'n beetje het duurste ticket, dat te koop is. Voor meer informatie hierover verwijs ik naar de site van de actiegroep Krakti, die strijdt voor redelijkere prijzen. Een site, die zeker een aanrader is, omdat iedere seconde, dat deze belachelijke situatie nog voortbestaat, er één teveel is.

Maar er kleven nog meer nadelen aan deze zaak. Omdat de KLM de enige is, die op deze luchthaven landingsrechten heeft kan Suriname niet als tussenstop worden gebruikt, terwijl Suriname daar juist een goede ligging voor heeft. Vliegtuigen, die vanaf de Verenigde Staten naar het zuidelijk deel van Afrika gaan met vracht en vice versa, zouden in Suriname kunnen landen om bij te tanken, zodat ze een grotere lading kunnen meenemen. Hetzelfde geldt voor transatlantische vluchten, die beginnen in het zuidelijk deel van Zuid – Amerika en die een eindbestemming in Europa hebben of omgekeerd. De luchthaven zou dan vaker worden aangedaan en dit zou uiteraard geld opleveren. Suriname heeft weinig andere keus, dan dit voor Suriname nadelige contract, aan te houden.

Een ander voorbeeld van een voor Suriname nadelige situatie wordt in de volgende regels omschreven: Suriname kan sinds enkele jaren op een niet al te grote schaal olie uit de grond halen. Het blijkt namelijk, dat er onder de drie Guyana's en Venezuela een olie plas ligt en dat het diepste punt van deze plas onder Suriname is. Zoals bekend wordt er op grote schaal olie gewonnen in Venezuela door de Nederlands – Britse multinational Shell. Omdat men bang is, dat het oliepeil in Venezuela te laag zou worden door het boren ernaar in Suriname is er contractueel voor Suriname een maximum hoeveelheid olie, die er gewonnen mag worden, vastgesteld.

Suriname heeft bovendien ook nog een erfenis van de koloniale tijd, die tot op de dag van vandaag zijn uitwerking niet mist. Het is zeker niet de bedoeling om hier een klaaglied te schrijven over de slavernij, die pas op 1 juli 1863 werd afgeschaft, en over de kolonialisten, maar het kan niet onkend worden, dat de invloed van de toenmalige onderdrukkers nog steeds aanwezig is. Dit heeft uiteraard zowel voor- als nadelen.

Een voordeel is bijvoorbeeld, dat een deel van de kennis en know-how, die de Europeanen hadden, is overgedragen aan het volk. Suriname heeft bijvoorbeeld de Nederlandse taal overgenomen. Er zijn stemmen, die zeggen, dat Nederlands niet de officiële voertaal van Suriname zou moeten zijn. Dit is volgens mij complete onzin, omdat Suriname nou eenmaal een geschiedenis met Nederland heeft. Het is zo gegroeid, dat men in Suriname Nederlands praat. Nederland was echt niet de enige kolonialisator, die de eigen taal heeft opgelegd aan de kolonie. Dat is eigenlijk overal wel gebeurd.

Er zijn wel meer voordelen op te noemen, maar die worden hier buiten beschouwing gelaten. Een belangrijk nadeel, dat Suriname wel parten kan spelen, is het volgende: de rassenscheiding. Nederland heeft in de koloniale tijd de zogenaamde "Verdeel en Heers" politiek gevoerd. Er werd ervoor gezorgd, dat de verschillende "minderheden" of de verschillende bevolkingsgroepen weinig tot geen contact met elkaar hadden. De groepen kenden elkaars cultuur en gewoonten niet, wat uiteraard heeft geleid tot onbegrip. Dit kwam natuurlijk goed uit, want als de verschillende bevolkingsgroepen onderling een goede band met elkaar zouden krijgen en het plan zouden smeden om de onderdrukker af te zetten en terug te sturen naar huis, zou het heel moeilijk zijn om deze beweging stop te zetten. Het logische gevolg is, dat de verschillende bevolkingsgroepen nog steeds niet goed met elkaar om kunnen gaan, hoewel ze elkaar wel tolereren; gelukkig gaat dit tegenwoordig steeds beter, maar bij de oudere generatie Surinamers is deze scheiding duidelijk zichtbaar. De huidige generatie Surinamers is op dit moment wel bezig om één volk te worden en dat is zeker een positieve ontwikkeling, omdat het Surinaamse volk elkaar nodig heeft, ongeacht de verschillende afkomsten.

Een ander aspect, dat Suriname zeker geen goed doet is het feit, dat Suriname altijd in een slecht daglicht wordt afgeschilderd. De media zullen zelden positieve dingen over Suriname melden, terwijl die er zeker ook zijn. Als Suriname tegenwoordig in het nieuws komt, dan gaat het bijna altijd over drugs, die via Suriname naar Nederland worden vervoerd en hoe de Surinaamse regering daar medeverantwoordelijk voor zou zijn. Uiteraard valt de handel in en de verkoop van drugs niet goed te praten, maar er wordt gedaan alsof iedereen in Suriname daar aan meedoet, terwijl ik zeker weet, dat er mensen – ook in de Surinaamse regering – zijn, die er oprecht tegen strijden. Suriname heeft meer credit verdiend, dan het nu krijgt.

Zo wordt medio 2000 de brug over de Suriname rivier opgeleverd. Dit project is voor de ontwikkeling Republiek Suriname van essentieel belang. De brug zal namelijk de hoofdstad Paramaribo, die aan de Suriname rivier ligt, een vaste oeververbinding geven met de plaats Meerzorg aan de overkant van de rivier en wat nog veel belangrijker is: met het land, dat daarachter ligt, het district Commewijne en verderop het district Marowijne, waar onder andere de plaatsen Mungo (Moengo) en de grensplaats Albina liggen. Vanaf Albina is het mogelijk om te reizen naar Frans – Guyana, dat nog steeds bij Frankrijk hoort. De handel met dit land zou hierdoor vergemakkelijkt kunnen worden als je bedenkt, dat er plaatsen zoals St. Laurents, Mana, Courou en natuurlijk de Frans – Guyanese hoofdstad Cayenne liggen, waarmee goede zaken gedaan zouden kunnen worden. Voordat de jungle-oorlogen in 1986 uitbraken, kwamen de Fransen regelmatig via de verbindingsweg naar Suriname en het zou Suriname alleen maar goed doen als dit weer zou gebeuren.

De brug over de Suriname rivier maakt deel uit van de Oost – West verbinding, de verbindingsweg, die de belangrijkste plaatsen in het noorden van het land met elkaar verbindt. Deze route begint in het oosten bij het grensplaatsje Albina en loopt onder andere via Mungo, Tamanredjo, Meerzorg, Paramaribo, Groningen, Boskamp, Totness en Waterloo naar Nieuw Nickerie, dat in het westen van Suriname ligt. Vanaf Nieuw Nickerie is het weer mogelijk om met het veer de Corantijn rivier over te steken om naar het buurland Guyana te gaan. In Suriname wordt al jaren het economisch belang gezien van deze verbindingsweg. Niet alle delen van deze weg waren verhard en daar is aan gewerkt. Eén bottleneck was de Coppenamerivier, die tussen de plaatsjes Boskamp en Jenny ligt. Deze plaatsjes liggen nabij de monding van deze rivier, die daar erg breed is. In 1998 is de brug over deze rivier opgeleverd.

De laatste uitdaging in de voltooiing van de Oost – West verbinding was de vaste oeververbinding tussen Paramaribo en Meerzorg. Paramaribo ligt nabij de monding van de Suriname rivier. Ter hoogte van Paramaribo is deze rivier zeer breed. Het smalste stuk is 600 meter breed. Deze afstand is niet gemakkelijk te overbruggen; zeker niet als je bedenkt, dat de Surinamerivier ook een vaarwaterweg is. Paranam, waar het bedrijf Suralco, dat al eerder in dit document al genoemd werd, gevestigd is en waar het gewonnen bauxiet wordt verwerkt, ligt aan deze rivier en het is voor Suriname van groot belang, dat de schepen in de toekomst naar Paranam kunnen blijven varen.

De mooiste oplossingen voor een oeververbinding tussen Paramaribo en Meerzorg waren een tunnel of een beweegbare brug geweest. Als je aan het budget van Suriname, dat een derdewereldland is, denkt, wordt al gauw duidelijk, dat deze varianten niet haalbaar waren. Vandaar dat gekozen is voor een vaste brug. Deze brug moest wel erg hoog worden, opdat de schepen, die naar Paranam varen, ook na het opleveren van deze brug, onder deze brug door kunnen blijven varen. Een artikel (in het Engels) over deze brug en met een foto van deze brug in aanbouw is te vinden achter deze link.

Uiteraard zijn er meer positieve ontwikkelingen. Zoals eerder genoemd wordt er tegenwoordig in Suriname ook olie gewonnen. Het mag dan niet op een al te grote schaal plaatsvinden, maar de hoeveelheden, die nu uit de grond worden gehaald, helpen de Surinaamse economie al behoorlijk. Staatsolie Suriname N.V. is inmiddels uitgegroeid tot een voor Surinaamse begrippen groot bedrijf, dat een aantal produkten, waaronder diesel en asfalt, produceert. Er zijn meer bedrijven en landen, die in Suriname willen investeren. Dit alles zal de Surinaamse economie alleen maar ten goede komen. Het maakt in principe niet uit of er zich grote of minder grote bedrijven in de Republiek Suriname willen vestigen, want alle beetjes kunnen de Surinaamse economie helpen. Wel bekijkt de Surinaamse regering per zaak of de Surinaamse bevolking baat heeft bij een dergelijke investering.

Suriname staat al jaren bekend als rijst producent. Deze rijst wordt voornamelijk in het district Nickerie geproduceerd. Dit gebeurt uiteraard op grote schaal in de vele moerassen, die dit vruchtbare gebied rijk is. Ondanks alle tegenslagen is het Suriname aldoor gelukt om rijst te blijven produceren. Dit wijst op doorzettingsvermogen; een eigenschap, die ieder land nodig heeft om te kunnen overleven.

Tegenwoordig wordt Suriname ook steeds meer en meer als toeristisch land ontdekt. Ik krijg regelmatig per e-mail vragen over Suriname. Deze personen, vaak Amerikanen, willen dan graag wat informatie over Suriname, omdat ze er naar toe op vakantie willen. In Suriname en ook in Nederland wordt op deze behoefte ingespeeld. Het is mogelijk om georganiseerde reizen naar Suriname te boeken en om dan met name het binnenland van Suriname te bezoeken.

Ik ben er zelf helaas nog niet naar toe geweest, maar ik heb van vele mensen mogen vernemen, dat het bezoeken van het Surinaams binnenland zeker de moeite waard is. Het is er ongelooflijk mooi en er is ook nog pure natuur aanwezig. Er zijn unieke planten- en diersoorten in dat gebied, de lucht is er zo schoon en het bestaan van de drukke wereld is daar totaal niet merkbaar. Er zijn zelfs gebieden, waar nog nooit een mens voet heeft gezet. De Surinaamse regering is zich hiervan ook bewust en heeft gelukkig natuurreservaten aangewezen. Voor een foto-impressie van het binnenland verwijs ik naar de foto's van de pingo site, die mijn collega heeft gemaakt tijdens zijn reis door het Surinaamse binnenland.

Een andere goede zaak is, dat een zeer groot deel van de huidige Surinaamse jeugd bezig is zijn of haar kennis te verrijken. De jeugd zal voor een groot deel de toekomst van het land bepalen. De Surinaamse jongeren weten, dat ze hard moeten leren en werken voor hun toekomst. De scholing voor deze jonge mensen is over het algemeen goed en er zijn ook veel mensen, die studeren aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname. Dit is een volwaardig instituut, dat diverse contacten zoals uitwisselingen, met buitenlandse universiteiten onderhoudt. Ook op dat vlak wordt er dus aan de toekomst van Suriname gebouwd.

Geconcludeerd mag worden, dat de Republiek Suriname een land is, dat het moeilijk heeft net zoals vele andere landen, maar dat Suriname zeker nog niet afgeschreven mag worden. Suriname is absoluut géén gemiste kans, maar is een land, dat nog vele kansen heeft op een goede toekomst, mits de juiste beslissingen worden genomen. De potentie voor een goede ontwikkeling is aanwezig. Het land heeft een goede ligging, is vruchtbaar en is rijk aan grondstoffen. Het enige probleem is, dat Suriname nog niet de middelen heeft om alle potentie, die in de grond zit, omhoog te halen en te benutten, maar deze middelen zullen beschikbaar komen, indien Suriname tijd en geld blijft steken in nuttige projecten en ondernemingen zoals dat nu gebeurt.

Er moet alleen ervoor gewaakt worden, dat de mensen, die hun eigen zakken vullen, hiertoe geen kans meer krijgen, omdat deze mensen een serieuze bedreiging voor de toekomst van Suriname vormen, en zij het land regelrecht tot de ondergang kunnen brengen... En dit mag uiteraard niet gebeuren.

This article & page: Copyright © 2000 Peter A. J. Troon

Note: This page is part of the Peter Troon Site. My e-mail: pajtroon@dds.nl.